Zonder woorden

6 juni 1995, 09:58 uur. Zonder haast, zonder geluid komt ze ter wereld. Ze wordt op mijn borst gelegd, zodat we kennis kunnen maken. Haar ogen, groot en van het donkerste blauw dat ik ooit gezien heb, zoeken mijn blik. Een onbeschrijfelijk geluksgevoel danst door mijn lijf. Iets zeggen kan ik niet en hoeft evenmin, want mijn ogen vertellen haar alles wat ze moet weten. De hare, nieuwsgierig en doordringend, zeggen dat ze mij begrijpt.

Een warme zomer volgt op haar geboorte. Zij slaapt in de kinderwagen, die naast mij in de schaduw staat. Haar vuistjes gebald, minuscule zweetdruppeltjes op haar babyneusje. Als ze wakker wordt, zendt ze me opnieuw een indringende blik. Zonder woorden beloof ik haar, dat ik goed voor haar zal zorgen. Onwetend van de stormen die we samen zullen moeten doorstaan, gaat die eerste zomer kalm voorbij. Vele mooie zomers volgen, totdat zij en ik middenin een orkaan terechtkomen, die de onbezorgde jeugd, die ik haar woordeloos en zwart op wit gewenst heb, met zich meeneemt.

6 juni 2010, 09:58 uur. Met mijn heup duw ik tegen de slaapkamerdeur, omdat ik mijn handen vol heb aan een dienblad met croissantjes, jam, boter en glaasjes sap. Natuurlijk is ze al lang wakker. Rechtop zit ze, klaar voor de dingen die komen gaan. Zodra vier stoere mannen – piercings in hun gezicht en flink getatoeëerd – uit hun koker komen rollen, begint ze te stralen. Ze zijn mij te ruig en dat weet ze, maar toch geef ik haar deze poster cadeau. Dan kijkt ze me aan. De blik in haar ogen, die continu aarzelen tussen groen en bruin, net zo intens als vijftien jaar geleden. En ook nu hebben we geen woorden nodig. Haar ogen vertellen mij alles wat ik moet weten. Mijn ogen zeggen dat ik haar begrijp.

Glutenvrije date

Hij schrijft geen heil te zien in uitgebreid mailen of bellen voorafgaand aan een eerste date, want dat leidt toch maar tot teleurstellingen. Ik vind het alleen maar prettig om elkaar eerst een beetje te leren kennen, voordat je besluit elkaar te ontmoeten. Juist om teleurstellingen te voorkomen. Maar voor deze ene keer gooi ik mijn principes overboord. Zonder veel plichtplegingen spreken we af in de stad voor een kopje koffie.

Bij mijn profiel staat een foto, bij het zijne niet. Ik heb dus geen idee wie ik kan verwachten. Een man met zwart, kort haar en groene ogen. Dat klinkt best aantrekkelijk. Er komt iemand aan lopen als ik voor de deur van een café in de stad sta te wachten. Ik denk nog: Nee, laat het mijn date niet zijn! Heb ik even pech. Zwart zal zijn haar ongetwijfeld ooit geweest zijn. Kort is het zeker! Zo kort dat ik het liever kaal wil noemen. En aan zijn ogen, waarmee hij verbaasd de wereld in kijkt, valt geen zweempje groen te ontdekken. Lichtblauw is alles wat ik ervan kan maken.  Op zeer klunzige wijze deelt hij drie zoenen uit, terwijl ik het liever bij een beleefde hand had willen houden.

Ondanks dat het al ver voorbij lunchtijd is, wil hij wel graag een glutenvrij broodje bij zijn cappuccino. Terwijl ik kleine slokjes van mijn koffie neem, observeer en luister ik hoe hij probeert zijn levensverhaal in het kort samen te vatten. De glutenvrije kruimels vliegen me daarbij om de oren. Ex nummer één is wel de ergste van allemaal. Die had altijd wat te zeuren. Ex nummer twee was best leuk. Totdat ze begon te zeuren. Met ex nummer drie was het heel leuk – de intimiteit vooral. Maar ook zij ging zeuren. ‘Ik kan ongelofelijk zeuren!’  deel ik aan het einde van zijn monoloog mee.

Even later staan we buiten. Er zit nog een glutenvrij kruimeltje op zijn kin, maar ik neem niet de moeite hem daarop attent te maken. Veel lelijker wordt hij er immers toch niet van. En hij heeft in zijn leven al meer dan genoeg zeurende vrouwen gehad.

Vlinder

Wanhopig sta ik, snoeischaar in de hand, om me heen te kijken. Waar moet ik beginnen? De tuinmannen zijn in het voorjaar iets te enthousiast bezig geweest, om van het kleine strookje grond voor het huis een groene oase te maken. Een vlinder strijkt langs mijn hand en landt op een blad van de uitgebloeide hortensia, die ik vanmorgen in de volle grond gezet heb. Even kijk ik naar haar en begin dan met het snoeien van de wat verpieterde berberishaag. Een zieltogende dwergrododendron belandt in de groene afvalbak. Hetzelfde lot wacht twee verdorde rozenstruikjes en een paar pollen siergras. Gaandeweg komt er een verzorgd voortuintje tevoorschijn en als ik tevreden het resultaat sta te bekijken, zie ik dat de vlinder haar plekje op het hortensiablad nog niet verlaten heeft.

Eigenlijk ben ik ook een soort vlinder, bedenk ik opeens. Een vlinder met een enorme vrijheidsdrang. Op jonge leeftijd fladderde ik naar Frankrijk omdat het dorpsleven in het oosten van Gelderland me benauwde. Op zoek naar avontuur, iets van de wereld zien en vooral: vrij zijn. Naarmate ik ouder werd, ging studeren, werken en trouwen, nam mijn behoefte om vrij te zijn niet af. Ik gaf er alleen minder gehoor aan, omdat ik ook verlangde naar geborgenheid. Bang om mijn veilige thuis te verliezen, liet ik me mijn vrijheid steeds meer afnemen. En zo werd ik uiteindelijk een vlinder die zat opgesloten in een vitrine, waaruit ik nooit meer dacht te kunnen ontsnappen.

In ontelbare glasscherven stortte de vitrine om me heen in. Maar in plaats van mijn vrijheid tegemoet te vliegen, bleef ik als verlamd zitten, bang dat mijn vleugels me, na al die jaren, niet meer zouden kunnen dragen. Al na een paar voorzichtige vliegpogingen bleek dat ik me vergist had. Vliegen verleer je nooit, al zijn je vleugels nog zo beschadigd of verzwakt! Elke dag geniet ik van mijn herwonnen vrijheid, die zo belangrijk voor me is. Kunnen vliegen waarheen ik wil. Het verlangen naar geborgenheid is er nog steeds, maar de angst om mijn vrijheid daarvoor als prijs te moeten betalen zit diep. Misschien vind ik op mijn vlucht uiteindelijk de balans, zodat ik kan vliegen waarheen ik wil, in de wetenschap dat ik altijd terug kan keren naar een plek vol warmte.

Het werk in de tuin zit erop. Het tuingereedschap breng ik naar binnen, de afvalbak kan terug naar zijn plek. De zon schijnt uitbundig en de vlinder is weggevlogen. Haar vrijheid en de warmte tegemoet.

Hapje herinneringen

Zorgvuldig schraap ik de dikke yoghurt, die vannacht heeft staan uitlekken in een vergiet, uit de theedoek. Slagroom heb ik al geklopt en ook de vuurrode aalbessen staan gewassen en van hun steeltjes ontdaan in een schaal klaar. Voorzichtig meng ik de drie ingrediënten door elkaar. Al tijdens het bereiden van dit heerlijke nagerecht komen de herinneringen in flarden aanwaaien. Pas nadat ik het eerste hapje heb geproefd, ben ik weer helemaal terug in de tijd.

Terug in de tijd waarin mijn vader de leeftijd had die ik nu heb. Zijn gezin was alles voor hem en dat toonde hij op allerlei manieren. De meest zichtbare was zijn kookkunst. Hij had vele specialiteiten, waarvan uitgelekte yoghurt er een was. Ik bleef altijd in zijn buurt als hij daarmee bezig was, in de hoop een lepel af te mogen likken. Nasi goreng maakte hij alsof hij Indische wortels had en van de geur van zijn witlof met ham en kaas liep het water me in de mond. Als ik na een avondje stappen thuis kwam, zat hij altijd op me te wachten. Twee gebakken eieren met kaas en augurkjes geurden me bij de keukendeur al tegemoet.

Langzaam lepel ik het schaaltje leeg. Ik proef zoet, zuur, zacht en herinner me zondagmiddagen, waarop ‘Langs de lijn’ door de huiskamer schalde. Een schaatstocht, waarop ik na een kilometer al kramp kreeg en hij met mij terugschaatste naar waar de auto stond – mijn broer haalden we later aan het eind van de geplande tocht op. Ik denk weer aan het schuren van plinten, waarbij ik hem een zomer lang hielp. Aan zijn slapeloze nachten toen ik op mijn achttiende voor een jaar naar Frankrijk vertrok en zijn: ‘Kind kom toch naar huis’, toen ik jankend van heimwee opbelde. En ik herinner me al die Kerstavonden waarop we samen een diner in elkaar draaiden.

Nadat ik het laatste restje yoghurt uit het schaaltje heb geschraapt, denk ik opeens aan die winterochtend in 1987, waarop de wereld stilstond. Mijn broer belde om mij te vertellen dat onze vader, net 51 jaar geworden, die nacht was overleden. Missen doe ik hem nog steeds, maar er is gelukkig veel dat aan hem herinnert. Ik hoef maar een schaaltje uitgelekte yoghurt te eten.