Ze ziet er keurig verzorgd uit. Haar grijze haren in een mooie knot, die is vastgezet met een sierlijke speld. Ze draagt een duuruitziende winterjas met een prachtige sjaal erboven en zodra ze haar gerimpelde hand op de balie legt, zie ik dat haar nagels zachtroze gelakt zijn. Een wolkje parfum geeft haar verschijning de finishing touch. Pas zodra ze begint te praten, hoor ik dat ze heel wat ouder is dan ik had geschat.
‘Hebt u voor mij goedkope postzegels?’ vraagt ze piepend en krakend aan het meisje achter de servicebalie bij de supermarkt. ‘Hoe bedoelt u, mevrouw?’, vraagt zij kortaf. De oude dame doet een greep in haar handtas en legt een stapeltje enveloppen voor het humeurige meisje neer. Dan verdwijnt haar hand opnieuw in de tas, waarna ze een flinke hoeveelheid postzegels, bij elkaar gehouden door een elastiekje, op de balie deponeert. De wenkbrauwen van de supermarktmedewerkster gaan omhoog. Ze trekt het elastiekje van de postzegels en schuift ze uit elkaar. ‘Mevrouw, dit zijn nog postzegels uit de tijd van de gulden,’ zegt ze verontwaardigd, ‘die zijn echt niet meer geldig!’
De oude dame is even zichtbaar uit het lood geslagen. ‘Maar als ik er nu gewoon wat goedkope postzegels bijplak, dan kan ik deze toch gewoon gebruiken?’ probeert ze. ‘Ik heb vroeger voor deze zegels betaald en dan is het toch zonde om ze weg te gooien?’ Een luide zucht ontsnapt het meisje, terwijl ze hoofdschuddend naar de verzameling antieke postzegels staat te kijken. ‘Kijk,’ zegt de oude dame, ‘veel van deze enveloppen moeten naar het buitenland. Daar weten ze vast niet dat deze postzegels niet meer geldig zijn.’ De supermarktmedewerkster verliest nu haar geduld. ‘Gaat u alstublieft naar het postkantoor, mevrouw. Daar kunnen ze u vast verder helpen; ik heb geen tijd meer voor u.’ Ze veegt de oude postzegels met een nijdig gebaar bij elkaar, met de bedoeling ze in de prullenbak te gooien. ‘Ho ho, die neem ik mee hoor,’ zegt de oude dame, ‘ik heb er per slot van rekening ooit voor betaald.’
Beledigd en zachtjes mopperend begeeft ze zich naar de uitgang. ‘Wie wat bewaart die heeft wat,’ zeg ik grinnikend tegen het meisje achter de balie. Zij kijkt me aan, een onverwachte lach op haar gezicht en zegt: ‘Sommige dingen kun je ook te lang bewaren.’



