“We willen zelf graag uniek zijn, terwijl we iedereen die afwijkt van onze standaard abnormaal vinden.” ~ RvA
‘Je bent echt prachtig,’ bevestig ik voor de zoveelste keer, ‘en weet je wat ik het allermooist aan je vind?’ Mijn dochter kijkt me vragend aan. ‘Je durft eindelijk te laten zien wie je bent en dat is iets om trots op te zijn.’ Ze heeft een lange weg afgelegd om te komen waar ze nu is, gevochten om haar eigen identiteit en zelfrespect te vinden. Waar zij anderen nooit op uiterlijk zal beoordelen, zijn er telkens weer mensen die in haar unieke verschijning een aanleiding vinden, om haar een sticker met het woord ’gothic’ of ‘emo’ op te plakken.
Vandaag zit er bijna uitsluitend was van mijn dochter in de droger. Zodra ik het deurtje geopend heb, rollen er T-shirts en panty’s vol gaten uit. De shirts vouw ik zorgvuldig op – aan strijken doe ik al jaren niet meer – en de panty rol ik tot een compact knoedeltje. Dan roep ik naar beneden dat ze zich echt moet gaan aankleden, nu. ‘We hoeven toch pas over anderhalf uur weg?’ zegt ze verbaasd. ‘Ja, daarom juist,’ antwoord ik, want ik weet hoe dat gaat.
Na een kwartier komt ze me outfit nummer een laten zien: ‘Hoe vind je dit?’ Ze heeft een van de zojuist door mij opgevouwen shirts aangetrokken boven een felroze met zwart rokje. Een panty vol eindeloze ladders completeert het plaatje. ’Gaaf,’ zeg ik, naar waarheid, hoewel iets met zoveel gaten strikt genomen het predicaat ‘gaaf’ niet verdient. ‘Ik weet het niet,’ zegt ze weifelend, terwijl ze de trap op loopt. Een dikke tien minuten later staat ze weer voor mijn neus. De panty is nog dezelfde, maar nu heeft ze een zwart jurkje met tule aan, met daaroverheen een ander verknipt shirt. Ik moet lachen om haar vragende blik. ‘Net zo gaaf als dat andere setje,’ zeg ik, waarna ze opnieuw naar boven gaat.
Vijf minuten voordat ik wil vertrekken, begin ik alvast aan te kondigen dat we zo echt gaan. Even later komt ze stralend de trap af. Haar ogen, die net als altijd aarzelen tussen groen en bruin, heeft ze prachtig opgemaakt. Om haar beide polsen bungelen armbandjes in alle soorten en kleuren. Ze loopt rinkelend voorbij en buigt zich over het volgende en tevens laatste hoofdstuk van het aankleedritueel: de schoenen. Net als ik denk dat ze voor haar stoere Dr. Martens zal kiezen, pakt ze haar hooggehakte laarsjes. Nadenkend blijft ze staan en dan bukt ze zich, zet de laarsjes terug en kiest toch voor de felrode en torenhoge pumps.
We zijn nog maar koud op het feestje, als een mevrouw mijn dochter een hand geeft met de woorden: ‘Jij gaat steeds meer op mijn nichtje lijken. Die is ook gothic of emo of zoiets.’ Ondertussen gaan haar ogen, waarin een flinke vleug afkeur te lezen valt, van mijn dochters make-up via haar kleding naar haar schoenen. Ik haal diep adem en zeg: ‘Mijn kind lijkt hooguit op zichzelf en ze hoeft geen sticker.’ De vrouw legt een hand op de schouder van haar nog jonge dochtertje. Ik mag hopen dat het meisje straks net zo uniek wordt als mijn prachtige dochter en dat haar moeder tegen die tijd het stickers plakken heeft afgeleerd.






Ze zijn enorm aan elkaar verknocht. Dat komt doordat ze erg goed met elkaar kunnen praten en dezelfde soort humor hebben. Maar misschien is hun grootste gemene deler toch wel muziek. Sam en mijn dochter zijn allebei dol op alternatieve bands, bezoeken samen festivals en concerten. Maar dan steekt een fikse ruzie een spaak in hun relatiewiel. Ze verbreken het contact en in de maanden die volgen, missen ze elkaar vreselijk. Pas na een halfjaar, vlak voor haar verjaardag, durft hij weer een toenaderingspoging te doen.