De theatershow komt steeds dichterbij en vanmiddag is het voltallige koor met band in de repetitieruimte aanwezig, om het hele programma door te nemen en bij te schaven. De fotograaf heeft talloze foto’s van ons gemaakt, we hebben onze stemmen opgewarmd en het eerste deel van de show gerepeteerd. Dan is het pauze. Ik ren naar buiten om even telefonisch te informeren hoe het met mijn dochter gaat, ren weer naar binnen voor een plas, kleed me vervolgens razendsnel om en ben van plan nog even een broodje te eten, als er wordt aangekondigd dat we verder gaan. Nog maar snel een slok water dan, eten komt later wel.
Belinda, de dirigent schiet me aan: ‘Wil jij zo je solo laten horen?’ Ik kijk naar Reanda. Zij zal in een van de twee shows de solo voor haar rekening nemen, ik in de andere. ‘Wil jij niet liever?’ vraag ik haar. ‘Nee hoor’, zegt ze, ‘doe jij het maar deze keer.’ Veel tijd om na te denken heb ik niet. Ontelbare keren heb ik thuis en tijdens zangles gerepeteerd, maar zingen voor je dochter of je zangdocent is toch iets anders dan je stem laten horen voor een zaal vol mensen. ‘Al is het maar een klein stukje, zodat koor en band een indruk krijgen,’ zegt Belinda. Enigszins verbaasd over mijn durf hoor ik mezelf antwoorden: ‘Ja, is goed, ik doe het.’
Terwijl de band de herkenningsmelodie van de voorstelling speelt, bedenk ik dat ik nog nooit met Robbert, de pianist van de band, heb gerepeteerd. Lichte paniek overvalt me. Wat als ik niet op tijd inzet, of erger: vals begin? Zodra de laatste tonen wegsterven, geeft Belinda me een seintje. Het is stil in de zaal, als ik naar het podium loop. Een van de bandleden overhandigt me de microfoon en ik draai me naar het publiek. Vijftig paar ogen kijken me aan en ik sluit die van mij. Opperste concentratie nu. Robbert begint te spelen; een iets ander intro dan ik gewend ben. Ik zoek naar het goede moment, de juiste toon en zet in. Exact op tijd en niet vals. Verbaasd kijk ik naar de microfoon in mijn hand. Die gaat steeds heviger trillen, maar ik besluit er niet op te letten, me te concentreren op mijn stem en die houd ik gelukkig wel onder controle. Robbert voelt precies aan, wanneer ik even wil terugnemen of juist meer kracht wil geven. Het lijkt alsof we dit lied samen al honderd keer gerepeteerd hebben. Ik voel hoe het geluid van mijn stem meedrijft op de tonen van de piano en word warm vanbinnen. Er ontstaat iets magisch.
Na de laatste noot buig ik mijn hoofd, sluit ik heel even mijn ogen. Een fractie van een seconde blijft het doodstil en dan barst het applaus los. Mijn ogen worden vochtig; emotie, veroorzaakt door de muziek en door dankbaarheid. Er was een tijd waarin anderen mijn zelfvertrouwen ondermijnden. Naar hen maak ik nu in gedachten een lange neus. Er wordt beweerd dat je magie vindt, zodra je uit je comfort zone stapt. Dat laatste kon ik pas, toen ik me veilig voelde. Ik weet me nu omringd door mensen die in mij geloven en ben hun dankbaar. Zij hebben mij iets gegeven wat niet te koop is. Pure magie.

